www.lasithi-holidays.net

The sunny site of Crete

Home
Terug naar overzicht
Lato was een van de belangrijkste steden gedurende de Dorische periode op Kreta, hoewel er aanwijzingen zijn dat het ook voor de komst van de Dorianen al bestond. Het ligt idyllisch verscholen tussen twee lage heuvels en van hieruit heeft u een schitterend uitzicht over de Mirabellobaai. Waarschijnlijk werd Lato vermeld in de Lineaire B tabletten onder de naam RA-TO, maar het dankt zijn naam aan Leto (Lato is de Dorische vertaling) die de moeder van de Apollo en Artemis was. Toch werd deze godin ondanks haar naamvernoeming niet als voornaamste godin vereerd, dat was namelijk Eileithyia die ook haar beeltenis op de munten afgedrukt zag. Tegen het einde van de derde eeuw v. Chr. was Lato onderdeel van het Verbond van Kretenzer Steden en deze hadden dan ook dezelfde wetten. Ook had Lato een (handels) verdrag gesloten met het eiland Rhodos, Teoa en met koning Eumenes van Pergamon. Het was echter continu in gevecht met de aangrenzende stad Olous over waar de scheidingslijn tussen de twee steden moest komen te liggen. De haven van de stad heette Lato pros Kamara (het huidige Agios Nikolaos) en bleek medio 200 v. Chr. zo welvarend te zijn dat het administratieve gedeelte ook hier naartoe werd verhuisd. Zodoende bleef er in Lato zelf weinig noemenswaardig over en het werd dan ook kort daarop verlaten.De Engelse admiraal Th. Spratt vermeldde de vondst van de oude stad op de Goulasheuvel in zijn boek "Travels in Crete", (dat in 1865 uitkwam), maar identificeerde ze abusievelijk als de overblijfselen van Olous of Oleros.In 1894-96, verrichtte de bekende archeoloog A. Evans een kleinschalig onderzoek, het echte diepgravende werk werd pas in 1899-1901 door de Franse Archeologische school (o.l.v. J. Demargne) verricht en later in 1968 hervat door P. Ducrey, O. Picard, en B. Chatzimichali, en liep door tot de 70er jaren. De meeste belangrijke vondsten van deze opgraving zijn:De ommuurde stad; deze was tussen twee heuvels gelegen en had een dubbele, verticale acropolis met verdedigingsmuren.  De hoofdingang had drie aangrenzende ingangen en twee vierkante binnenplaatsen om het binnenkomend publiek in goede banen te kunnen leiden. Hier begon ook een straat met meer dan tachtig treden die naar het plein leidde. Aan de noordzijde stond een muur waarop torens stonden en iets verder een paar particuliere huizen die terrasvormig waren opgebouwd. Wat betekende dat het platte dak van het onderste huis de ingang en het terras van het daaropvolgende huis vormde. Deze huizen waren vrij eenvoudig qua opzet, meestal met twee vierkante ruimtes met in het midden een openhaard. Ondergrondse waterbakken die uit  rotsen waren gehakt moesten het regenwater opvangen dat voor het huishouden bestemd was. Ook waren hier een aantal werkplaatsen, zoals een interessant soort “verfhuis” dat zich aan de zuidzijde van de straat bevond. De Agora- dit was een open ruimte (inclusief een diepe vierkante, afgedekte waterbak en een kleine rechthoekige tempel zonder pilaren) maar waarschijnlijk geen dak had. Hier zijn vele stenen figuurtjes uit de 6e eeuw v. Chr. gevonden. Een rechthoekige verhoging met twee treden, voornamelijk uit steen gehouwen, bevond zich aan de onderzijde van de Agora en een Dorische “stoa” die aan drie zijden een eigen trapopgang had.De Prytaneion- een reusachtig complex dat aan een oud theater doet denken, ligt aan de noordkant: zeven rijen zijn door middel van een smalle trap in drie vleugels onderverdeeld en boden plaats aan ongeveer tachtig personen. Het werd vermoedelijk gebruikt voor (politieke) debatten of om voorstellingen bij te wonen, en vanaf hier was er ook een trap die naar een bovengelegen terras leidde waar men (via een binnenplaats en een smalle deur) toegang tot het echte "Prytaneion" had. Twee hoge ondersteunende torens, bestaande uit grote blokken, omringen het gebouw en gaven versteviging aan het bovenliggende gebouw. In de middelste ruimte van het Prytaneion  bevond zich een "eschara" (openhaard) die dag en nacht brandde en werd omgeven door twee-tredige banken waarop tachtig mensen plaats konden nemen. Dit was waar de "kosmioi", (de vooraanstaande mensen) van de stad dineerden en vergaderden. In twee kamers aan de noordkant was het bestuurlijke gedeelte van de stad gevestigd.De Tempel.-aan de zuidkant van de "Agora" (op een terras dat werd ondersteund door een verdedigingsmuur) liggen de overblijfselen van de grootste tempel van de stad (10 x 16 m.). Deze bestond uit een, prodromos (voorkamer) en een vierkante sekos (kelder) waar een voetstuk van een standbeeld werd gevonden dat een godheid in zittende houding moest voorstellen. Hierop was een scriptie gebeiteld die we helaas niet meer kunnen ontcijferen. Een altaar met twee treden ligt aan de voorzijde van de tempel.Aan de oostkant van de tempel, op een lager niveau, bevond zich een soort “toneel” met treden die gedeeltelijk uit steen waren opgebouwd en bood plaats aan zo’n 350 personen. Ernaast lag een exedra, terwijl een andere verhoging het podium (skene) vormde dat een altaar aan de westkant had. Een laatste interessante vermelding is dat Lato tevens de geboorteplek van Nearchos, de admiraal van Alexander de Grote, was.