www.lasithi-holidays.net

The sunny site of Crete

Home
Terug naar overzicht
Koufounisi (of Levki) staat ook wel bekend als “het koninklijke purper” omdat dit eiland vroeger het middelpunt van de productie en vervaardiging van een purperkleurige verfstof was. Om deze reden, en het voordeel van zijn strategische ligging, werd Koufounisi door zowel de mensen van Itanos en Ierapitna als eigendom opgeëist. De uitspraak van de Magneten (132 v. Chr.) wijst het eiland echter na jaren van strijd toe aan de mensen van Itanos en deze beslissing (“Diaitesia”) staat gekerfd op een plaat in de muur van het Toplosklooster. Koufounisi werd bewoond vanaf de Vroege Minoische tijd  (3000-2200 v. Chr.) tot aan de eerste Christelijke periode en werd uiteindelijk in de vierde eeuw na Christus verlaten. Doordat er maar een klein aantal mensen het eiland na die tijd hebben bewoond is het grootste deel van de oudheden gelukkig bewaard gebleven, maar dat is ook te wijten aan het feit dat het grootste gedeelte zich onder het zand bevond. De Engelse admiraal Th.Spratt  was de eerste die het eiland onderzocht en maakt een aantal zeer interessante aantekeningen van enkele oude ruines die hij wist bloot te leggen; een tempel in het zuiden met fragmenten van een marmeren standbeeld, een woonwijk in het noordelijke deel van het eiland en een waterput of bron in het centrum. In 1903, zetten de Engelse archeologen R.C. Bosanquet en Ct. Curelly een onderzoek op touw om de ruines, die door Spratt al werden genoemd in zijn beschrijvingen, op te sporen. In 1971 werd een iets grondiger onderzoek uitgevoerd door A. Leonard Jr., maar een echt diepgravend onderzoek werd pas in 1976 geïnstigeerd door N. Papadakis van de 24e Dienst van de Prehistorische en Klassieke Oudheden, en is nog steeds gaande.De meest belangrijkste vondsten op het eiland zijn: Het theater- Aan de noordoost kant van Kouphonesi (tegenover het Marmara eilandje, vlakbij het strand) kwam er naar diverse opgravingen een schitterend stenen theater tevoorschijn. Het geheel bestond uit twaalf rijen met zitplaatsen die plek boden aan zo’n 1000 personen. Delen van de cavea en de stenen zetels zijn helaas niet intact gebleven, de halfronde orkestbak echter wel en deze was bekleed met stukken klei. Het podium (20 x 19 m.) werd aan de westkant vernietigd, maar aan de oostkant zijn het paraskenion, de logeion en de hyposkenion (dat een tholosdak had) gelukkig wel overeind gebleven. Het theater schijnt te zijn geplunderd en vernietigd door Christenen in de 4e eeuw na Christus.Het publieke badhuis (Balineae) – Het badhuis is het tweede belangrijke gebouw van deze opgraving en werd vermoedelijk tot aan de vierde eeuw v. Chr. gebruikt. Dit badhuis, een typische Romeinse constructie, had alle vertrekken dat dit soort badhuizen gebruikelijk had; een aantal kamers kwam uit op een tuin en waren bestemd voor bezoekers en gasten, en het centrale gedeelte (met prachtig bewaard gebleven muren die zo’n vier meter hoog waren) bevatte sauna’s, omkleedruimtes en twee hypocausten.De woonwijk. Deze strekte uit tot het zuidoostelijke gedeelte van het theater. Een prachtige villa dat acht kamers telde is vrijwel intact gebleven; het had een imposant propylon, keukens en een werkplaats voor het bewerken van murex schelpen.Twee kamers hadden een ingelegde vloer met zwart-witte stenen die een prachtig geometrisch patroon vormde. De tempel; deze ligt aan de zuidkant van het eiland en meet 18 x 15.70 m. Het is tot op de hoogte van de crepsis intact gebleven en had een hoofdingang aan de meest smalle oostkant. Een tweede ingang met trappen bevond zich aan de noordelijke kant. Helaas zijn grote delen van deze tempel verwoest omdat plaatselijke bewoners de stenen hebben gebruikt voor de opbouw van een vuurtoren, die er overigens nog steeds staat. Verder zijn er in de westelijke hoek van de tempel twee gigantische marmeren stukken van een standbeeld (meer dan 2.5 meter hoog) gevonden die een gekroonde godheid moest voorstellen.Waterbakken; een serie zeer imposante waterbakken dat door een ingenieus pijpwerk werd voorzien van water.
Grotten aan de westkust; deze waren in gebruik als kapelletjes en hier zijn prachtige etsen en iconen met beeltenissen van heiligen met Latijns opschrift (waarvan een uit 1638aangetroffen.