www.lasithi-holidays.net

The sunny site of Crete

Home
Terug naar overzicht
De stad Gournia  werd opgegraven door de Amerikaanse archeologe Harriet Boyd-Hawes en haar collega’s. Gournia is een van de meest karakteristieke en best bewaard gebleven woonwijken uit het Minoische tijdperk (Laat Minoische I periode: 1550-1450 v. Chr.) en wordt daarom ook wel eens het “Pompei van Minoisch Kreta” genoemd. Deze nederzetting was boven op een kleine heuvel gebouwd en had een omvang van ca 15.000 m2. De eerste inwoners vestigden zich hier in de Vroege Minoische III (2300 v. Chr.) periode, maar er zijn ook sporen van een latere bewoning gevonden (2000-1600 v. Chr.) Het paleis werd omstreeks 1600 v. Chr. gebouwd, maar werd in 1450 v. Chr. (samen met het omliggende dorp) door de gevolgen van een grote aardbeving op Santorini verwoest. Vijftig jaar later werd Gournia gedeeltelijk opgebouwd en bewoond, maar rond 1200 v. Chr. verlieten ook de laatste inwoners deze stad  Helaas kennen we de oude naam van Gournia niet, de huidige naam dankt het dan ook aan de vele antieke drinkbekkens (gournes in het Grieks) die hier gevonden zijn.De meest kenmerkende opgravingen van Gournia zijn: De woonwijk - Deze had geen verdedigingsmuren en was op een lage heuvel gebouwd. Twee kleine verharde wegen verdeelden de stad in diverse woonblokken (waarvan tot nu toe zeven zijn opgegraven) die allen een eigen afwateringsysteem hadden. De tweeverdiepingshuizen (waarvan de grootste 5 x 5 meter was) hadden gemeenschappelijke buitenmuren. Het huis van de timmerman, waar nog enkele zagen werden gevonden, is het beste bewaard gebleven, alsook die van de plaatselijke smid. In alle huizen werden echter gebruiksvoorwerpen (haken, hamers, vijlen etc) en (rituele) vaten gevonden waaruit we kunnen afleiden dat de meeste bewoners zich bezig hielden met landbouw, vissen, pottenbakken, weven en veefokkerij. Het paleis – hoofdkwartier van een plaatselijke leider- is ook boven op de heuvel gebouwd en ligt linksvan een rechthoekige binnenplaats waarop veel van de woonhuizen uitkwamen.  Deze binnenplaats was het centrum, en mogelijk ook het theater van de stad. Een kleine L-vormige trap leidde naar dit “theater” waar naar alle waarschijnlijkheid de mensen zich verzamelden om ceremonies, opvoeringen en rituele vertoningen te zien. Achter de trap bevond zich nog een klein kamertje met een “kernos” (soort stenen podium met gaten) Hier werden vermoedelijk de zogenaamde (stieren) plengoffers aan de goden gebracht.  Het interieur van het paleis is helaas niet goed bewaard gebleven, maar het bestond uit een aantal officiële ruimtes, kamers, winkels en grote hallen. Het centrale gedeelte van het paleis werd door een grote binnenplaats met lange rijen van ronde houten pilaren (afgewisseld door stenen blokken) in tweeën verdeeld. Aan de noordkant van het paleis lag een klein heiligdom, dat geen deel uitmaakte van het paleis of de woonwijk, en vermoedelijk was opgedragen aan de “Slangen Godin”. Het heiligdom had een stenen bank waarop ronde stenen vaten stonden die waren gegraveerd met kronkelende slangen, een tafel met offergaven en een stenen votief van een vrouw die haar handen opheft. We weten nog steeds niet of deze laatste een priesteres moet voorstellen of een godin.